Zeldzame engerling duikt op golfbaan Anderstein op |
|
|
|
|
 |
| 91 sec |
Op golfbaan Anderstein is een bijzondere engerling aangetroffen: die van de kleine julikever (Anomala dubia). Volgens insectenkenner Henk Vlug is dat opmerkelijk. De soort werd vroeger vooral gevonden in de Nederlandse duingebieden en slechts zelden daarbuiten.
'Sinds ik mij vanaf 1975 bezighoud met engerlingen op golf-, sportterreinen en gazons, ben ik deze soort slechts één keer eerder tegengekomen', vertelt Vlug. 'Dat was ongeveer twintig jaar geleden op Golfclub Lauswold, waar grote aantallen voor ernstige schade zorgden. Nu zie ik de soort voor de tweede keer terug.' De kleine julikever breidt haar verspreidingsgebied uit. Waar de soort vroeger vrijwel alleen bekend was uit de duinen, wordt zij tegenwoordig steeds vaker aangetroffen op droge, warme zandgronden.
De larven bevinden zich momenteel in het laatste deel van het tweede larvale stadium en aan het begin van het derde stadium. Net als veel andere engerlingen zitten ze op dit moment slechts enkele centimeters onder het oppervlak. De ontwikkeling van ei tot volwassen kever duurt twee tot drie jaar. De schade die de engerlingen veroorzaken, lijkt sterk op die van de rozekever en andere engerlingensoorten. De volwassen kevers verschillen echter in hun gedrag. 'De kever zelf vreet aan allerlei planten en kan ook in sierbeplantingen aanzienlijke schade aanrichten', zegt Vlug.
Stevige haren
De soort is voor kenners goed te herkennen. De engerling heeft aan de onderzijde van het laatste achterlijfssegment grote, gekruiste en stevige haren. Op de rug komen wel korte bruine haren voor, maar niet het duidelijk afgetekende bruine veld dat kenmerkend is voor de sallandkever (Hoplia philanthus).
Voor greenkeepers is het belangrijk te beseffen dat niet alle engerlingen hetzelfde zijn. In Nederland en België komen negen verschillende engerlingensoorten voor, elk met een eigen levenswijze. Daardoor kunnen ook de mogelijkheden voor bestrijding verschillen. De kleine julikever kan, net als de sallandkever en de rozekever, effectief worden bestreden met insectenparasitaire nematoden (aaltjes). Volgens Vlug verdient ook de samenstelling van de engerlingenpopulatie aandacht. Wanneer meerdere soorten tegelijk aanwezig zijn, kunnen parasitaire aaltjes zich soms beter handhaven en verspreiden. Dat komt doordat er dan gedurende langere tijd geschikte larvale stadia beschikbaar zijn om te infecteren.
Zuidelijke junikever
Daarnaast wijst hij op nieuwe ontwikkelingen. In België komt inmiddels ook de zuidelijke junikever (Amphimallon majalis) voor, die zich vanuit Frankrijk noordwaarts heeft uitgebreid. Het is volgens Vlug goed mogelijk dat deze soort inmiddels ook in Nederland aanwezig is, al ontbreken nog officiële waarnemingen. Ook de Japanse kever (Popillia japonica), die in delen van Italië en Zwitserland schade veroorzaakt aan gras en sierplanten, wordt nauwlettend gevolgd. 'Het is wachten op de eerste bevestigde waarneming in Nederland.'
De vondst op Anderstein laat zien dat het loont om schadeplekken goed te onderzoeken. Nieuwe of zeldzame engerlingensoorten kunnen zich ongemerkt vestigen, met gevolgen voor het beheer van golfbanen en andere grasoppervlakken.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|